Zo ziet mijn dag er tegenwoordig ongeveer uit. Onleesbare faxberichten blijven maar binnenstromen. Wakker liggen. Dromen over BN’ers en ex-huizen. Uit bed vallen. Tanden controleren, baard kammen, scheren en haarproblemen confronteren. Kleding. Op hoogst compulsieve wijze voorspellen wat er die dag niet gaat gebeuren, en me daarop voorbereiden. Bepalen welke muziek ik onderweg ga luisteren (ABBA).
Op Google Nieuws kijken wie er dood is, of bijna dood. Mijn dagelijkse ritje naar het werk is maar zeven minuten. Zeven! Maar ik loop liever. Ik zweer ‘t je februari is mijn favoriete maand! Google staat vol. Ik moet meer foto’s maken van de buurt, zodat mijn moeder wat visuele achtergrondinformatie heeft over hoe het er nu voor staat. Soms moet ik wachten op boten die onder de opgetakelde brug door varen.
Een lange wandeling naar de oostkant van het gebouw. Eenden kijken. Mijn bureau en computer zorgvuldig opgemaakt om er uit te zien als in medias res. Een immer groeiende collectie van voetbalplaatjes die ik voor mijn huisgenoot Igor spaar, hij bewaart ze in bierflesjes. Email, Twitter, websites, faxen, smsjes, Skype vergaderingen, Word documenten, Excel spreadsheets. Tijden. Vergaderingen in de legerzaal. Notities, tekeningen. Ik niet mijn vingers aan elkaar tijdens het brainstormen.
No Comments Yet