Ik ren door de sproeiers in de tuin van de buren. Ik voel me weer een kind, na zo’n tijd. Die belastingfraudezaak is goed afgelopen; alleen de auto en het interieur van de kinderkamer moesten ingeleverd worden. Je slaapt nu tussen ons twee in. Gelukkig ben je pas negen en snap je nog niet zo goed wat ouders ’s nachts doen.
Het was ook allemaal zo’n gedoe. Eerst ging het nog, maar ik denk dat het foutging toen we afgelopen herfst concessies moesten doen. Het was een nieuwe televisie, of mama’s Botox-behandeling. Ik denk dat je ook wel inziet waarom we nu elke avond naar je moeders gezicht kijken als bron van entertainment.
Lieve Sarah. Sorry dat je dit jaar geen beugel mag. Misschien maar goed, kinderen met beugels worden vaak gepest. Kijk maar naar je vader; ik heb nooit een beugel gehad en bij de water cooler bulk ik van het zelfvertrouwen. En als je later nog steeds ontevreden bent over die voortanden, kun je alsnog een beugel nemen. Mijn oude Biologie-lerares had er ook een en zij was pas 54. O Sarah, ik voel me weer een kind, zo in die sproeiers. Een huilend, dronken, naakt, harig kind.